Preek op zondag 22 mei 2022 door ds. Carla Kühler

Johannes 14: 22 – 29

Vanmorgen denken we met elkaar na over een tekstgedeelte uit Johannes 14 waarover we spreken als ‘de afscheidsrede’. Hierin richt Jezus zich tot zijn volgelingen en spreekt hen toe hoe het verder moet gaan na zijn heengaan naar zijn Vader in de hemel. 

Jezus opent met deze toespraak voor zijn volgelingen de weg om hem na zijn dood terug te vinden, maar anders nu, in hun hart. Hoe met hem verbonden te blijven, iedere dag te leven met hem en daardoor met zijn hemelse Vader. Hij houdt hen een leefwijze voor, die het hen mogelijk zal maken dicht bij hem en bij zijn hemelse Vader te blijven.

Om dichterbij de kern van zijn woorden te komen beginnen we helemaal aan het andere eind, bij onszelf. 

Velen hadden begin deze maand rond de gedenkdagen van 4 en 5 mei twee weken vakantie. De journaalbeelden op televisie maakten het ons duidelijk, tienduizenden hadden het verlangen naar elders, een plek waar het beter, mooier en interessanter is dan de eigen woonplaats. Een bestemming die zij hoopten te bereiken met het vliegtuig. Met alle teleurstelling van dien, Schiphol kon de enorme toeloop niet verwerken. 

Waarnaar verlangen al die mensen en wat denken ze te vinden op de door hen uitgekozen bestemming?

Ruud Welten schreef in Trouw van 15 mei 2021, toen we er niet op uit konden trekken vanwege de corona beperkingen, het volgende. Er zit een religieuze kant aan die drang naar reizen. Het leven thuis, de westerse cultuur staat voor vervreemding, voor commercie, handel en geld. Het echte leven, het leven zoals het zou moeten zijn, ja, dat vind je b.v. nog in dat kleine dorpje in Portugal, waar alles authentiek, oorspronkelijk is. Dat zoeken we.

In dat gevoel, zo stelt Welten, herkennen we de christelijke achtergrond van de mensen. Want ook al hebben velen niets meer met de kerk of met God, vanuit de christelijke wortels hier in het westen verlangen en reiken zij uit naar de belofte daarvan: het leven is lijden, maar wacht maar, er is een betere plek, een hemel waar het echt gaat gebeuren.

Zelf zou ik het een beetje anders verwoorden: we zijn op zoek naar een plek van vrede en harmonie, iets van het ‘beloofde land van melk en honing’. Een plaats waar we in alle vrijmoedigheid kunnen leven zonder dat we van alles moeten. We zijn toerist, we zijn te gast in een ander land en worden geaccepteerd ondanks ons soms wat afwijkende gedrag. We kunnen vrijelijk genieten van het bestaan in een idyllische omgeving, waar we op adem kunnen komen van ons eigen, vaak overvolle bestaan.

Welten duidt ons verlangen als een vorm van neurose en houdt ons het gezegde van Pascal voor: ‘al het ongeluk van mensen komt voort uit één ding: ze kunnen niet rustig stil blijven zitten in hun kamer’. Rustig stil zitten in je kamer om een poosje naar buiten te staren of een boek te lezen en daarmee in gesprek te gaan, want dat gebeurt dan automatisch. Want zo kun je innerlijk op reis gaan en landschappen met grote hoogten en diepten ontdekken, vaak ook in jezelf. Dat kan je veel brengen en je bovenal naar je bestemming als mens voeren. Je hoeft dus niet ver weg te gaan. 

Dat stil zitten, dat doen wij in de kerk wekelijks en tezamen kunnen we ons buigen over een tekst en daarmee in gesprek gaan. Vanmorgen is dat een fragment uit het 4eevangelie, dat van Johannes. Allereerst, kort, een paar woorden over dit bijzondere Bijbelboek. In dit evangelie krijgen we een ander beeld van Jezus dan bij Marcus, Mattheus en Lucas. Bij deze drie is Jezus een man met een bijzondere band met zijn hemelse Vader. Hij is de beloofde Messias die het Rijk Gods verkondigt en daarmee een vervulling van de profetieën in de Tenach, het eerste testament.

In het Johannes evangelie ontmoeten we Jezus als de Godsgezant, hij is direct door de Eeuwige vanuit de hemel gezonden en zal daarheen ook weer terugkeren. Voor alles komt deze Jezus ‘in den beginne, van oorsprong, uit God’ en is mens geworden. Er staat dan ook geen geboorteverhaal in dit evangelie. Je kunt het zo zeggen: Jezus is thuis daarboven bij zijn Vader en Hij is gezonden om alles wat Hij over God wist, gezien en gehoord had aan ons mensen hier op aarde te openbaren. Met het ‘hoe’ hij in het leven stond en ook in zijn woorden, drukte hij het ‘wat’ uit van alles wat hij gehoord, gezien had en wist. 

Het Johannes evangelie staat vol met teksten, zinspelingen en bespiegelingen die je zo direct met je verstand niet kunt volgen of geloven. Dingen worden herhaald en je moet vasthoudend zijn en van goede wil om er in door te dringen. Het vraagt om een andere benadering, een open blik, ja om kijken met je hart. Voor alles is dit evangelie een geloofsbelijdenis en ook nog weergegeven in een taal vol vuur en getuigend van een intense liefde. 

 

Over wie Jezus is vernemen we in beeldspraak zoals: Jezus is het brood des levens, het licht der wereld, de goede herder, de deur voor de schapen, de opstanding en het leven, de wijnstok, de weg, de waarheid en het leven. Het wordt ons duidelijk, alles wat hier wordt beschreven, staat er om ons tot geloof te brengen in Jezus. Alle tekenen die hij verricht staan in dat licht en bedoelen Jezus’ unieke heerlijkheid te openbaren. Hij ‘leeft’ ons de goddelijke liefde voor in de tekenen die hij doet en in de woorden die hij spreekt. Hij presenteert zich als de ware vervuller van Gods belofte, de mens naar Gods hart.

Maar juist daardoor raakt hij in conflict met Jeruzalem, met de joodse autoriteiten, de tempelaristocratie, die zichzelf als de ware vertolker van de Thora zag. En de gemeente van Johannes in Efeze nu herkent zich in dit religieuze conflict. Want wat Jezus is overkomen, overkomt ook deze gemeente ruim 50 jaar later. Ook zij raken met Jeruzalem in conflict over de Thora en dit zal uiteindelijk leiden tot een verwijdering uit de synagoge (zie hoofdstuk 16 waar Jezus profeteert:”ze zullen u synagogelid- af maken, ja er komt een uur, dat een ieder die u doodt, zal denken een eer te bewijzen aan God”.)

Gaan we dan nu in op Jezus’ toespraak, op dat wat hij zijn volgelingen zegt vlak voor zijn sterven. Hij spreekt hen toe om ze voor te bereiden, zodat zij na zijn dood niet ontheemd als wezen achterblijven. Zodat ze verstaan hoe ze verder moeten.

Als troost en leidraad voor hun levensweg belooft hij hen de gids en helper, de heilige Geest, die hen in alles zal onderrichten en hen te binnen zal brengen al hetgeen Jezus bij leven tot hen gesproken heeft. Alsof hij nog bij hen is. En dan volgt: “vrede laat ik u na, mijn vrede is het die ik u geef, niet zoals de wereld geeft, geef ik aan u”. 

Wat is dat voor vrede waarvan hier gesproken wordt? Het is duidelijk, hier is sprake van niet zomaar vrede, het is een hemelse vrede. Een sjalom, die van een totaal andere orde is dan de vrede van de wereld.

De wereldse vrede is er één die zomaar in zijn tegendeel kan omslaan. We zien dat om ons heen gebeuren. Vredesafspraken vandaag getekend, worden de dag erop alweer geschonden. Maar ook dichterbij, bij onszelf. Hoe vaak is er niet sprake van de ‘lieve vrede’, om de sfeer maar niet te verpesten. Maar helaas is die vrede meestal van korte duur.

Waar komt al die onvrede toch vandaan? Hoe komt het dat wij mensen (niemand uitgezonderd!) vaak onderhuidse boze gevoelens hebben jegens elkaar? Soms opgeroepen door een opmerking of daad, maar heel vaak is het ook onbewust, je hebt gewoon het gevoel iemand niet te mogen. En in het uiterste geval kan het dan zover komen dat men elkaar naar het leven staat.

Om de oorzaak te vinden van de onvrede in ons hart vraagt om zelfonderzoek, waarvoor je de tijd moet nemen. Zonder hier een laatste antwoord op te formuleren, kan de oorzaak van veel gevonden worden in de periode dat wij kind waren en afhankelijk van onze omgeving. Allemaal dragen we dat mee, dat gevoel van tekortschieten, er niet mogen zijn, juist zoals we zijn. En dat wordt getriggerd door op- en aanmerkingen van mensen om ons heen. Of gewoon door hoe iemand is en doet, dat kan al weerstand bij je oproepen. Die aloude gevoelens van er niet mogen zijn zoals je bent worden daardoor vaak onbewust opgeroepen. 

Het vraagt om vertrouwen om jezelf voor dit gevoel van niet goed genoeg te zijn open te stellen. Jezelf onder ogen te komen en erover te praten met iemand. Pas wanneer je je door iemand er- en herkend weet, durf je intieme details van je kwetsuren bloot te geven. Ieder mens is op zoek naar erkenning en bevestiging. De angst om tekort te schieten, te min te worden bevonden is levensgroot. Onze huidige tijd staat er ook bol van, de selfies en filmpjes van eigen geweldige doen en laten worden ontelbare malen gedeeld. Zo worden we steeds met onze neus gedrukt op dat gevoel van niet goed genoeg te zijn. Veel jongeren bezwijken eronder. 

Vanuit de Bijbel wordt ons een totaal andere kijk op ons menszijn aangereikt. Het gaat maar om één ding. Hier in Johannes 14 van vanmorgen wordt ons voorgehouden: ”als iemand mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en een blijvende woning bij hem maken”. God liefhebben en zijn woord bewaren, dat is het waar het om draait. Dat is wat van ons gevraagd wordt. Je hoeft je niet druk te maken over wat Jan en alleman van jou vindt of verwacht. Alleen dit, God liefhebben met heel je hart en zijn woord bewaren en dan zal God in en met ons zijn.

God wonend in ons… Het is daarmee zoals verwoord in zo’n kernachtige zin van Anselm Grün: ”Als wij in God verankerd zijn, kunnen de stormen van uitwendige vijanden ons niet uit ons evenwicht brengen”. 

Daar bovenop, maar eigenlijk eruit voortvloeiend, ontvangen we  de vredeswens: “Vrede laat ik u na, mijn vrede is het die ik u geef”. Het is de vrede van ‘God wonend in ons’ die deze zijnswijze oproept en bezegelt. Die sjalom die in de vredeswens ons wordt gegeven, betekent vrede, heelheid, welzijn en rust.

En bovenal volledigheid, je leeft in volledige harmonie met je omgeving, zonder zorgen over je bestaan, in vrede en veiligheid. Je gevoel van geborgenheid, er mogen zijn zoals je bent, is  gegrondvest in God en niet afhankelijk van andere factoren. Daarmee zijn we weer terug bij het begin vanmorgen, bij die grote uittocht in de meivakantie en dat verlangen van ons mensen op weg naar een verre bestemming. Je bestemming als mens ligt veeleer vlakbij, die ligt in je hart. Door je daar dagelijks heel concreet weer op te richten, kun je stukje bij beetje gaan wonen in dat land van God. Ik vond hetgeen we hier vanmorgen bespraken prachtig verwoord in een bewerking van psalm 37 van Henk Pietersma, die ik u eerder vanmorgen las. Ik lees hem nu nogmaals, als bemoediging en zegen.

Psalm 37 “Bewoond land”

Jij

kind

trek weg

uit streken

van de ergernis

de rijkdom daar

is slechts van korte duur

 

kijk

daar

mijn kind

in het land van goedheid 

woont jouw vader

wacht op hem

ook jij

mag wonen in dat land

 

gerechtigheid is daar

het licht

de hele dag

de onschuld van een kind

en trouw

zijn daar de grenzen van het land

jij mag er wonen 

heel je leven lang

tot in eeuwigheid.

 

Amen